Betrouwbaar en snel

Corrosieklassen

Atmosferische corrosie wordt volgens ISO 9223 ingedeeld in Corrosieklassen C1 t/m C5, waarbij voor elke klasse een minimale en maximale corrosiesnelheid van ijzer, zink, aluminium of koper is bepaald. Zodoende kan men binnen een bepaalde corrosieklasse vrij goed berekenen wanneer de deklaag aan haar minimale waarde komt en een eerste onderhoud noodzakelijk is.

Klimaat-klasse
Kans op corrosie
Corrosiviteitsbelastingklasse buiten
Corrosiviteitsbelastingklasse binnen
C1
zeer laag
n.v.t.
Verwarmde gebouwen met droge lucht en een schoon binnenklimaat: hotels, kantoren, winkels, scholen.
C2
laag
Landelijk gebieden (binnenland), atmosfeer met een laag vervuilingsniveau en lage luchtvochtigheid.
Onverwarmde gebouwen waar lichte condensatie kan optreden: opslagplaatsen, sporthallen.
C3
gemiddeld
Stedelijk en industrieel gebied met hoge luchtvochtigheid, matige SO² verontreiniging. Kustgebieden met laag zoutgehalte.
Bedrijfsruimtes met hoge luchtvochtigheid en geringe luchtvervuiling:  voedingsindustrie, wasserijen, brouwerijen,      zuivelbedrijven.
C4
hoog
Industrieel en kustgebied met matig zoutgehalte. Hoge luchtvochtigheden en agressieve atmosfeer. Chemische constructies met een constante vocht-en vuilbelasting.
Hoge luchtvochtigheid, middelmatige vervuiling: chemische bedrijven, zwembaden, havens, scheepsdokken.
C5-I (Industry)
zeer hoog
Industrieel gebied met hoge luchtvochtigheid en agressieve atmosfeer.
Gebieden en gebouwen met bijna permanente condensatie en een heel hoge vervuilingsgraad.
C5-M        (Marine)
zeer hoog
Kustgebieden en offshore gebieden met agressieve atmosfeer en hoge zoutconcentraties: buitengaatse gebieden, windmolens op zee, boorplatforms.
Gebieden en gebouwen met bijna permanente condensatie en een heel hoge vervuilingsgraad.

Onderhoudsvoorschriften

Het correct en op tijd reinigen van het oppervlak is noodzakelijk voor het behoud van de levensduur. Het aantoonbaar grondig reinigen is een voorwaarde voor de afgegeven garantie. In de corrosie-klassen C2 en C3 dient er minimaal eens per half jaar aantoonbaar reiniging plaats te vinden. In de hogere corrosie-klassen C4 en C5 en indien er sprake is van niet beregend oppervlak bij de klasse C3 dient minimaal eens per kwartaal aantoonbaar reiniging plaats te vinden. Verontreiniging door chemische en organische middelen (waaronder ook uitwerpselen) dienen in alle gevallen terstond verwijderd te worden.

De volgende (onderhouds-) voorschriften dienen in acht te worden genomen:

  • Grof vuil verwijderen door middel van afspuiten met leidingwater of RO-water;
  • Benevelen met en laten inwerken van een neutraal reinigingsmiddel en zware vervuiling met niet-schurende hulpmiddelen schoonmaken;
  • Reinigingsmiddelen dienen chemisch neutraal te zijn met een pH tussen de 5 en 8;
  • Gebruik van middelen die schuurkrassen veroorzaken is niet toegestaan;
  • Goed naspoelen met leidingwater of RO-water;
  • Sterk verontreinigde objecten kunnen worden schoongemaakt met een polijstende cleaner. Schurende middelen mogen slechts uiterst spaarzaam worden gebruikt als er plaatselijk een sterke vervuiling is opgetreden waarbij gewone reinigingsmethoden niet meer volstaan;
  • Een nabehandeling met een wasachtig product heeft als voordeel dat de glans wordt opgehaald en de laklaag meer vuil- en waterafstotend wordt.