Betrouwbaar en snel

Lassen voor thermisch verzinken

Aandachtspunten bij lassen

Voor een goede corrosiewering is het noodzakelijk dat alle laswerkzaamheden zoveel mogelijk zijn uigevoerd voordat het materiaal thermisch verzinkt wordt. Het lassen van niet verzinkt staal is eenvoudiger omdat het minder voorbereiding vergt en achteraf geen herstelwerkzaamheden vereist zijn. Om een optimaal verzinkresultaat te behalen dient bij het lassen op de volgende aandachtspunten gelet te worden:

  • netheid van de omgeving van de lasnaden;
  • samenstelling van de laselektrode of lasdraad.;
  • voorkomen van roestwatervlekken;
  • minimale lasspanningen.

Netheid van de omgeving van de lasnaden

De netheid van de omgeving van de lasnaden bepaalt mede de kwaliteit en het uiterlijk van de zinklaag op en bij de lasnaden. Het gebruik van lassprays dient zoveel mogelijk te worden vermeden. Wanneer ze toch gebruikt worden mogen ze geen siliconen of vet bevatten en moeten ze zo dun mogelijk zijn aangebracht. De door de verzinkerij toegepaste chemische voorbehandeling verwijdert overtollige lassprayresten niet. Hierdoor is er plaatselijk onvoldoende interactie mogelijk tussen het staal en het zink en ontstaan er zwartkleurige onverzinkte plekken.

Lassprayresten zijn voor de verzinker nauwelijks zichtbaar en moeten daarom onmiddellijk na het lassen verwijderd worden. Lasslakken op en in de buurt van de lasnaad worden evenmin verwijderd door de chemische voorbehandeling en moeten daarom ook vooraf verwijderd worden.

Samenstelling van de laselektrode of de lasdraad

Het effect van het Silicium (Si) gehalte van staal op de laagdikte en het uiterlijk van de thermische zinklaag is wel bekend (zie ook Verzinken-Technische Info-Invloed staalsamenstelling op zinklaag).

Wanneer de chemische samenstelling van de laselektrode of de lasdraad sterk afwijkt van de samenstelling van het te lassen staal, kunnen er na het verzinken niet alleen duidelijk visuele verschillen ontstaan maar ook verschillen in de zinklaagdikte in de omgeving van de lasnaad.

Sommige laselektroden bevatten bijna 1% Si waardoor er zeer dikke, dofgrijze en soms slecht hechtende zinklagen op de lasnaden kunnen ontstaan. In dat geval spreekt men van ’doorgegroeide‘ of ‘opgekomen‘ lasnaden. Om dit te voorkomen moeten laselektrodes of lasdraad gebruikt worden die niet meer dan 0,7% Si bevatten.

Voorkomen van roestwatervlekken

Het aan elkaar lassen van grote staaloppervlakken dient zoveel mogelijk te worden vermeden omdat daardoor grote overlappingen en tussenruimtes kunnen ontstaan waarin het vloeibare zink niet of onvoldoende kan doordringen.

In de meeste gevallen zal het vloeibare zink de naden wel afdekken maar het is niet uit te sluiten dat kleine naadjes en poriën onvoldoende afgesloten worden waardoor er in een later stadium op en rond deze plaatsen ontsierende roestwatervlekken en -strepen kunnen ontstaan. Overigens hebben deze roestwatervlekken geen invloed op de kwaliteit en de levensduur van de corrosiewerende zinklaag.

Minimale Lasspanningen

Door de opwarming en de afkoeling die gepaard gaat met thermisch verzinken kunnen lasspanningen vervormingen van staalconstructies veroorzaken (zie ook: Voorkomen van vervormingen). Bij het lassen wordt geconcentreerd en plaatselijk een grote hoeveelheid warmte in het staal gebracht. Door het verwarmen en aansluitend afkoelen ontstaan krimpspanningen. Het aantal lassen in het constructiedeel bepaalt hoe groot de nadelige gevolgen van de ontstane spanning zijn.

Om de spanningen als gevolg van laswerkzaamheden zo klein mogelijk te houden dienen constructieve maatregelen te worden genomen. Het aantal lassen en hun omvang moeten beperkt worden. Voor zover mogelijk moeten de lasnaden in de zwaarte-as van het constructiedeel komen te liggen. Wanneer dat niet mogelijk is dienen de lasnaden symmetrisch in gelijke afstanden tot de zwaarte-as van het constructiedeel aangebracht te worden.

Door een zorgvuldige lasvolgorde is het meestal mogelijk de lasspanningen gelijkmatig over het oppervlak van het constructiedeel te verdelen. Hierdoor kan de staalconstructie zich in het zinkbad flexibeler gedragen en eigenspanningen* volledig opnemen zonder dat dit tot vervormingen leidt. Lasnaden die een constructie verstijven dienen bij voorkeur als laatste te worden aangebracht.

* Eigenspanningen komen in elke constructie voor, onder andere in de vorm van walsspanningen, lasspanningen en richtspanningen.