Betrouwbaar en snel

Inspectie na thermisch verzinken

Onze verzinkerijen zijn gespecialiseerd in het thermisch verzinken van staal conform NEN-EN-ISO 1461. Om na te gaan of aan de eisen van deze norm is voldaan, kan na het thermisch verzinken een inspectie worden uitgevoerd waarbij vooral aandacht wordt besteed aan:

  • de zinklaagdikte en
  • het uiterlijk van de zinklaag.

De zinklaagdikte is de bepalende factor voor de beschermingsduur. Over het algemeen geldt: hoe dikker de zinklaag, hoe groter de levensduurverwachting!

Zinklaagdikte

Laagdiktes zijn altijd gerelateerd aan de wanddikte van het betreffende object. NEN-EN-ISO 1461 definieert plaatselijke en gemiddelde deklaagdikte als volgt:

  • plaatselijke deklaagdikte: de gemiddelde waarde van de zinklaag verkregen uit het aangegeven aantal metingen in een referentiegebied.
  • gemiddelde deklaagdikte: de gemiddelde waarde van de plaatselijke diktes op één groot voorwerp of op alle voorwerpen in het controlemonster.

Laagdiktemetingen worden altijd uitgevoerd volgens de enige niet destructieve methode, de zogenaamde “magnetische methode”, gedefinieerd in NEN-EN-ISO 2178.

Tabel 1

Deze tabel geeft de minimale plaatselijke gemiddelde zinklaagdiktes aan die gehaald moeten worden volgens NEN-EN-ISO 1461.
 

Voorwerp en dikte voorwerp Plaatselijke deklaagdikte in
micrometer (μm)
Gemiddelde deklaagdikte in
micrometer (μm)
Staal > 6mm 70 85
Staal > 3mm tot ≤ 6mm 55 70
Staal ≥ 1,5mm tot ≤ 3mm 45 55
Staal < 1,5mm 35 45
Gietstukken ≥ 6mm 70 80
Gietstukken < 6mm 60 70

Tabel 2

Deze tabel geeft de minimale plaatselijke gemiddelde zinklaagdiktes aan die gehaald moeten worden voor centrifuge verzinkte voorwerpen volgens NEN-EN-ISO 1461.

Voorwerp met schroefdraad Plaatselijke deklaagdikte in
micrometer (μm)
Gemiddelde deklaagdikte in
micrometer (μm)
> 6mm tot ≤ 20mm 40 50
≤ 6mm middellijn 20 25
Overige voorwerpen
(met inbegrip van gietvoorwerpen)
   
> 3mm 45 55
< 3mm 35 45

Uiterlijk van de zinklaag

De tweede vereiste heeft betrekking op het uiterlijk van de deklaag. Hierover zegt de norm NEN-EN-ISO 1461 het volgende:

  • Bij normale visuele inspectie moet de zinklaag vrij zijn van scherpe punten en afloopdruppels. Verdikkingen of oneffenheden zijn geen reden voor afkeur tenzij ze storend zijn voor het gebruik of de toepassing, bijvoorbeeld op montagevlakken.
  • Onverzinkte plekken mogen niet voorkomen.
  • Het optreden van donkere of lichtere grijze plekken is geen reden tot afkeur. Ook witte vlekken die door opslag zijn onstaan, zie witte roest, zijn geen reden tot afkeur zolang de laagdikte boven de aangegeven minimumwaarde blijft.
  • Fluxresten zijn niet toegestaan.
  • Zinkassen zijn niet toegestaan op plaatsen waar zij het beoogde gebruik van de thermisch verzinkte voorwerpen of de corrosieweerstand ervan beïnvloeden.