Betrouwbaar en snel

Bijwerken en repareren

Onstaan van onverzinkte plekken en/of beschadigingen van thermisch verzinkt staal

Bij het thermisch verzinken worden stalen producten ondergedompeld in een zinkbad met vloeibaar zink van 450°C. De zinklaag die zo op het materiaal wordt aangebracht, legeert met het staal (zinklegering) waardoor er een onverbrekelijke laag ontstaat.

Soms komt het voor dat het zink plaatselijk niet legeert met het staal waardoor er onverzinkte plekken op het materiaal voorkomen. Onverzinkte plekken kunnen ontstaan door achtergebleven verontreiniging ( verf, vet, oliën ed.) die in de beitserij niet verwijderd kan worden. Ook is het mogelijk dat er tijdens opslag, transport, montage of mechanische bewerking beschadigingen optreden aan thermisch verzinkt staal.

NEN-EN-ISO-1461

Het thermisch verzinken vindt plaats conform NEN-EN-ISO-1461. Onverzinkte plekken die worden bijgewerkt door de verzinkerij mogen in totaal niet meer dan 0,5% van de totale oppervlakte van een onderdeel bedragen. Elke onverzinkte plek die bijgewerkt moet worden mag niet groter zijn dan 10 cm². Wanneer het onverzinkte oppervlak groter is, moet het voorwerp dat dergelijke gedeelten bevat opnieuw worden verzinkt, tenzij opdrachtgever en thermische verzinkerij anders zijn overeengekomen.

De verzinknorm geeft drie reparatiemethoden aan:

  • met behulp van zinkrijke verf;
  • door middel van zinkspuiten;
  • door middel van zinklegeringsstaven met laag smeltpunt.

Bijwerken / repareren van onverzinkt staal en/of beschadigingen

Deze reparatiemethoden kunnen ook gebruikt worden voor het herstellen van kleine beschadigingen. In de praktijk wordt meestal gebruik gemaakt van zinkrijke verf. Deze verf dient meer dan 90 gew.% zink in de droge stof te bevatten. De laagdikten van de bijgewerkte gedeelten moeten minimaal 100 µ zijn.

Werkwijze bij bijwerken / repareren van onverzinkt staal en/of beschadigingen

  • Verwijderen van losse zinkschilfertjes.
  • Verwijderen van vuil en corrosieproducten door middel van schuren, vijlen en/of borstelen en daarna ontvetten. Over een breedte van ca. 10 mm een vloeiende overgang met de intacte zinklaag realiseren en ook de aangrenzende nog intact zijnde zinklaag op dezelfde wijze reinigen en ontvetten.
  • Aanbrengen van minimaal 2 lagen zinkstofverf met een langharig kwastje.
  • Eventueel afdekken van de zinkstofverf met een zink-, een zink-aluminium- of een aluminiumspray afhankelijk van de gewenste kleur. Het enige doel hiervan is het verkrijgen van een uiterlijk dat zoveel mogelijk overeenkomt met de omringende verzinklaag.

Bijwerken / repareren bij een duplex-systeem

De verzinknorm geeft aan dat wanneer de zinklaag van een organische deklaag wordt voorzien (duplex-systeem), de coater zich ervan dient te verzekeren dat het gekozen deklaagsysteem samengaat met de toegepaste bijwerkmethode. Om onregelmatigheden in de organische deklaag te voorkomen dient de minimale dikte van de reparatie gelijk te zijn aan die van de omringende zinklaag.